Eerste zuil van Imaan: Het geloven in Allah Deel 5 Tawhied Oeloehiyyah (De Eénheid van Allah in Zijn Aanbidding)

Print Friendly
Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) is de Ilah, dit betekent dat Hij Degene is die aanbeden dient te worden, en geen deelgenoten heeft. Deze Ilah wordt met liefde en eerbied aanbeden. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) heeft gezegd:

وَإِلَهُكُمْ إِلَهٌ وَاحِدٌ لا إِلَهَ إِلا هُوَ الرَّحْمَنُ الرَّحِيمُ 

“En jullie god is één God. Geen god is er dan Hij, de Erbarmer, de Meest Barmhartige.” [Al-Baqarah:163]

شَهِدَ اللَّهُ أَنَّهُ لا إِلَهَ إِلا هُوَ وَالْمَلائِكَةُ وَأُولُو الْعِلْمِ قَائِمًا بِالْقِسْطِ لا إِلَهَ إِلا هُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ 

“Allah getuigt dat er geen god is dan Hij en (ook) de Engelen en de bezitters van kennis, standvastig in de gerechtigheid. Er is geen god dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.” [Al-Imraan:18]

Alles wat als God naast Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) wordt genomen, zijn valse goden. Daarom zegt Allah (Geprezen en Verheven zij Hij): 

ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ هُوَ الْحَقُّ وَأَنَّ مَا يَدْعُونَ مِنْ دُونِهِ هُوَ الْبَاطِلُ وَأَنَّ اللَّهَ هُوَ الْعَلِيُّ الْكَبِيرُ 

“Dat is omdat Allah de Waarheid is en omdat wat zij naast Hem aanroepen vals is en omdat Allah de Verhevene, de Grootste is.” [Al-Hadj:62]

Door deze dingen ‘god’ te noemen zal het hen niet tot goden maken. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) heeft over deze afgoden (al-Laat, al-’Oezza en Manat) gezegd:


إِنْ هِيَ إِلا أَسْمَاءٌ سَمَّيْتُمُوهَا أَنْتُمْ وَآبَاؤُكُمْ مَا أَنْزَلَ اللَّهُ بِهَا مِنْ سُلْطَانٍ

“Dit zijn slechts namen die u uitgedacht heeft – u en uw vaderen – waarvoor Allah geen gezag heeft nedergezonden.” [Al-Nadjm:23] 

Jozef (vrede zij met hem) zei tegen zijn metgezellen in de gevangenis (zelfs in gevangenis gaf hij  les over Tawhied), zoals in de Koran genoemd wordt: 


يَا صَاحِبَيِ السِّجْنِ أَأَرْبَابٌ مُتَفَرِّقُونَ خَيْرٌ أَمِ اللَّهُ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُ * مَا تَعْبُدُونَ مِنْ دُونِهِ إِلا أَسْمَاءً سَمَّيْتُمُوهَا أَنْتُمْ وَآبَاؤُكُمْ مَا أَنْزَلَ اللَّهُ بِهَا مِنْ سُلْطَانٍ

“(Jozef zei:) ‘O mijn medegevangenen, zijn verschillende heren beter, of Allah, de Ene, de Overweldiger? Wat jullie naast Hem aanbidden zijn slechts namen die jullie en jullie vaderen hebben gegeven. Allah heeft hiervoor geen bewijs neergezonden..'” [Yusuf:39-40]

Alle boodschappers zeiden gewoonlijk tegen hun volkeren:

يَا قَوْمِ اعْبُدُوا اللَّهَ مَا لَكُمْ مِنْ إِلَهٍ غَيْرُهُ أَفَلا تَتَّقُونَ

“O mijn volk, aanbidt Allah, er is geen andere god voor jullie dan Hij. Waarom vrezen jullie (Allah) niet?” [Al-Mominun:23]

Het bevestigen van Tawhied Oeloehiyyah en het geloven erin gaan samen met het ontkennen van elke vorm van tussenkomst. Dat wil zeggen dat de mens zich direct tot Allah moet richten als hij een aanbidding wil verrichten of iets aan Allah wil vragen, hij mag niemand en niets tussen hem en Allah als tussenpersoon nemen. Want je mag aan Allah geen deelgenoten toekennen.  Het is dus niet toegestaan om tot een dode of een levende persoon te bidden of Hem te smeken. Het is wel toegestaan om een vrome levende persoon te vragen om een smeekbede voor jou te doen, zolang hij nog leeft. Je vraagt van een vrome persoon of hij Allah voor jou wil vragen, want het kan zo zijn dat Allah zijn smeekbede verhoort en jou smeekbede niet verhoort. Maar zo’n man kan jou niet zegenen of iets voor jou doen dat Allah alleen kan doen. Je mag wel een mens vragen om jou te helpen met zaken die mensen wel aankunnen, maar niet met zaken die buiten hun macht zijn of die alleen Allah kan doen. Maar het vragen van de doden om smeekbede voor jou te doen is Haraam. Zij zijn niet in staat om ons te horen en zij zijn niet eens in staat om zelfs zichzelf te helpen!

De Koran behandelt ook het excuus die de afgodenaanbidders gebruiken om hun afgoderij te rechtvaardigen, zij zeiden:
وَالَّذِينَ اتَّخَذُوا مِنْ دُونِهِ أَوْلِيَاءَ مَا نَعْبُدُهُمْ إِلا لِيُقَرِّبُونَا إِلَى اللَّهِ زُلْفَى
“En degenen, die naast Hem anderen als beschermers nemen, zeggende: ‘Wij aanbidden dezen slechts opdat zij ons in Allah’s nabijheid brengen.'” [Al-Zomar:3]
Zij wilden daarmee zeggen, dat hun afgoden werden gebruikt als tussenpersonen om dichter bij Allah te komen, maar toch keurt Allah dit af. Veel christenen richten hun gebed tot Isa (vrede zij met hem) of zijn moeder Mariam (vrede zij met haar). De katholieken hebben vele ‘heiligen’ tot wie zij hun gebed richten. Zij gebruiken priesters als tussenpersonen. Zelfs een aantal afgedwaalde moslimsekten richten hun gebed tot de Profeet (vrede zij met hem) of  familieleden van de Profeet (vrede zij met hem). Velen bezoeken het graf van de Profeet (vrede zij met hem) in de hoop dat hij hun gebeden zal verhoren. Dit heeft de Profeet (vrede zij met hem) in het bijzonder afgekeurd toen hij tijdens zijn laatste dagen zei: “Neem mijn graf niet tot gebedsplaats.” [Muwatta Imam Malik]

De ongelovigen weigerden echter deze roep te accepteren. Zij namen anderen tot goden naast Allah (Geprezen en Verheven zij Hij). Zij aanbaden hen naast Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) en riepen hen aan wanneer zij hulp nodig hadden. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) weerlegde de ongelovigen in het nemen van deze afgoden als god naast Hem, door twee logische argumenten te gebruiken. 
Het eerste argument: Deze afgoden die door de ongelovigen als god worden genomen, bezitten geen eigenschappen die hen bevoegd maakt om goden te zijn. Deze valse goden zijn geschapen en scheppen niet. Zij kunnen noch degenen die hen aanbidden baten, noch kunnen zij het kwaad afweren. Zij kunnen niet leven geven of nemen. Ook bezitten zij niet, noch zijn zij deelgenoten in het koninkrijk van de hemelen en aarde. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) heeft gezegd:

وَاتَّخَذُوا مِنْ دُونِهِ آلِهَةً لا يَخْلُقُونَ شَيْئًا وَهُمْ يُخْلَقُونَ وَلا يَمْلِكُونَ لأنْفُسِهِمْ ضَرًّا وَلا نَفْعًا وَلا يَمْلِكُونَ مَوْتًا وَلا حَيَاةً وَلا نُشُورًا
“Toch namen zij naast Hem goden die niets schiepen en die niet bij machte zijn zelf kwaad (af te wenden) en goed (te doen) en geen macht hebben over leven en niet over de dood en over het opwekken.” [Al-Forqan:3]


قُلِ ادْعُوا الَّذِينَ زَعَمْتُمْ مِنْ دُونِ اللَّهِ لا يَمْلِكُونَ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ فِي السَّمَاوَاتِ وَلا فِي الأرْضِ وَمَا لَهُمْ فِيهِمَا مِنْ شِرْكٍ وَمَا لَهُ مِنْهُمْ مِنْ ظَهِيرٍ 

“Zeg: ‘Roept degenen aan, waarvan u beweert dat zij Goden zijn buiten Allah. Zij hebben zelfs geen macht over het gewicht van een atoom in de hemelen of op aarde noch hebben zij enig aandeel aan beiden, noch heeft Hij een enkele helper onder hen… ‘” [Saba:22]

Als dit het geval is met valse goden, dan is het nemen van deze als goden een ware misleiding en het ergst van alle daden.
 
Het tweede argument: De moeshrikien (polytheïsten) behoren tot degenen die bevestigen dat Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) alleen is, de Heer, de Schepper, Degene die alles bezit en Degene die bescherming geeft, en niemand is in staat iemand anders te beschermen tegen Zijn Macht. Deze bevestiging eist van de ongelovigen alleen Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) te aanbidden. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) heeft gezegd:

يَا أَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ * الَّذِي جَعَلَ لَكُمُ الأرْضَ فِرَاشًا وَالسَّمَاءَ بِنَاءً وَأَنْزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجَ بِهِ مِنَ الثَّمَرَاتِ رِزْقًا لَكُمْ فَلا تَجْعَلُوا لِلَّهِ أَنْدَادًا وَأَنْتُمْ تَعْلَمُونَ

“O mensen, aanbid jullie Heer, Degenen Die jullie heeft geschapen en degenen voor jullie. Hopelijk zullen jullie (Allah) vrezen. * Degene Die de aarde voor jullie heeft gemaafkt tot een tapijt en de hemel tot een gewelf en Hij zendt water uit de hemel neer, waarmee Hij vervolgens vruchten voortbrengt als voorziening voor jullie. Ken daarom geen deelgenoten toe aan Allah, terwijl jullie (het) weten.” [Al-Baqarah:21-22]

وَلَئِنْ سَأَلْتَهُمْ مَنْ خَلَقَهُمْ لَيَقُولُنَّ اللَّهُ فَأَنَّى يُؤْفَكُونَ

“En indien u hun vraagt: “Wie schiep hen?”, zullen zij zeker zeggen: “Allah “. Waarheen worden zij dan afgewend?” [Al-Zochrof:87]

قُلْ مَنْ يَرْزُقُكُمْ مِنَ السَّمَاءِ وَالأرْضِ أَمْ مَنْ يَمْلِكُ السَّمْعَ وَالأبْصَارَ وَمَنْ يُخْرِجُ الْحَيَّ مِنَ الْمَيِّتِ وَيُخْرِجُ الْمَيِّتَ مِنَ الْحَيِّ وَمَنْ يُدَبِّرُ الأمْرَ فَسَيَقُولُونَ اللَّهُ فَقُلْ أَفَلا تَتَّقُونَ * فَذَلِكُمُ اللَّهُ رَبُّكُمُ الْحَقُّ فَمَاذَا بَعْدَ الْحَقِّ إِلا الضَّلالُ فَأَنَّى تُصْرَفُونَ 

“Zeg: “Wie schenkt jullie voorzieningen uit de hemel en de aarde,” of: “Wie heeft macht over (het scheppen van) het horen en het zien en wie brengt het levende voort uit de dode en wie brengt de dode voort uit het levende, en wie verordent het bestuur?” Zij zullen zeggen: “Allah” Zeg dan: “Zullen jullie (Allah) dan niet vrezen?” * Dat is Allah, jullie ware Heer. En na de Waarheid, is er niets dan de dwaling. Hoe komt het dan dat jullie worden afgeleid? “ [Yusuf:31-32]

We hebben gezien dat Allah de Heerser is over de hele Schepping en dat Hij de Enige is Die het verdiend heeft aanbeden te worden. Dit betekent dat Hij Zich van alles en iedereen onderscheidt. Want niemand en niets kan op Allah lijken, anders krijgen we meer goden en dat kan gewoon niet. Wij moeten er dus ook in geloven dat de Namen en de Eigenschappen van Allah niet te vergelijken zijn met de namen en de eigenschappen van Zijn schepselen. Dit heet Tawhied Asmaa wa Sifaat.