Belang van het geloof in Engelen

Print Friendly

Belang van het geloof in de Engelen:

  1.  Allah’s Macht, Sterkte en Kracht leren kennen. De gehele kracht van de schepping is een teken van de Kracht van de Schepper.
  2. Allah dank betuigen omdat Hij (Geprezen en Verheven zij Hij) zorgt voor de mensheid. Hij heeft engelen aangesteld om ze te beschermen, hun daden te noteren en andere belangrijke taken te vervullen.
  3. Houden van de engelen omdat zij waarachtige aanbidders zijn van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij). 
  4. Sommige afgedwaalde mensen verwerpen het bestaan van de engelen in een lichamelijke gedaante. Zij beweren dat de engelen de potentie vormen voor het goede dat de schepping bezit. Dit is een directe afwijzing van het Boek van Allah, de Soennah van Zijn Boodschapper en de Idjmaa’ (consensus, eenheid van opvattingen) van de moslims. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zegt:
الْحَمْدُ لِلَّهِ فَاطِرِ السَّمَاوَاتِ وَالأرْضِ جَاعِلِ الْمَلائِكَةِ رُسُلا أُولِي أَجْنِحَةٍ مَثْنَى وَثُلاثَ وَرُبَاعَ يَزِيدُ فِي الْخَلْقِ مَا يَشَاءُ إِنَّ اللَّهَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ  
“Alle lof komt Allah toe, de Schepper der hemelen en der aarde, Die de engelen tot boodschappers maakt met twee, drie en vier vleugelen. En Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil; want Allah heeft macht over alle dingen.” [Faatir:1]
وَلَوْ تَرَى إِذْ يَتَوَفَّى الَّذِينَ كَفَرُوا الْمَلائِكَةُ يَضْرِبُونَ وُجُوهَهُمْ وَأَدْبَارَهُمْ وَذُوقُوا عَذَابَ الْحَرِيقِ

“En als jij (het) zou kunnen zien, wanneer de Engelen (de zielen van) degenen die ongelovig zijn wegnemen, (en hoe) zij hun gezichten en hun ruggen slaan (en zeggen:) “Proeft de bestraffing van het branden!” (Dan zie je zeker een geweldige zaak.)” [Al-Anfaal:50]
وَلَوْ تَرَى إِذِ الظَّالِمُونَ فِي غَمَرَاتِ الْمَوْتِ وَالْمَلائِكَةُ بَاسِطُو أَيْدِيهِمْ أَخْرِجُوا أَنْفُسَكُمُ

“En als jij zou kunnen zien hoe (het gaat met) de onrechtvaardigen in doodsstrijd en hoe de Engelen hun handen naar hen uitstrekken (terwijl zij zeggen): ‘Geeft jullie zielen op!'” [Al-Anaam:93]
وَلا تَنْفَعُ الشَّفَاعَةُ عِنْدَهُ إِلا لِمَنْ أَذِنَ لَهُ حَتَّى إِذَا فُزِّعَ عَنْ قُلُوبِهِمْ قَالُوا مَاذَا قَالَ رَبُّكُمْ قَالُوا الْحَقَّ وَهُوَ الْعَلِيُّ الْكَبِيرُ
“Geen voorspraak geldt bij Hem, behalve voor degenen aan wie Hij het toestaat, tot zij, wanneer de vrees van hun hart wordt weggenomen, zeggen: ‘Wat zei uw Heer?’ Zij zullen antwoorden: ‘De Waarheid.’ En Hij is de Hoogverhevene, de Grote.” [Saba:23]
وَالْمَلائِكَةُ يَدْخُلُونَ عَلَيْهِمْ مِنْ كُلِّ بَابٍ * سَلامٌ عَلَيْكُمْ بِمَا صَبَرْتُمْ فَنِعْمَ عُقْبَى الدَّارِ 

“En de Engelen treden bij hen binnen door iedere poort. * (Zeggend:) “Salamoen alaikoem bima shabartoem.” (Vrede zij met jullie wegens jullie geduldig zijn) Het is de beste eindbestemming.” [Al-Rad:23-24]
De Boodschapper (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) van Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) heeft gezegd: “Wanneer Allah (Geprezen en Verheven is Hij) van een dienaar houdt, roept Hij (Djiebriel) en zegt: “Allah houdt van die en die (persoon), houdt daarom van hem. Dan zal Djiebriel van hem houden. Daarna roept Djiebriel de bewoners van de hemel en zegt: “Allah houdt van die en die, houdt daarom van hem.” Dan zullen de bewoners van de hemel van hem houden. Daarna zal hem acceptatie (onder de gemeenschap van de gelovigen) verleent worden op aarde.” [Al-Bukhaari].

De Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zegt: “Wanneer de dag van Vrijdag aanbreekt, staan er engelen bij elke poort van de Masdjid (moskee). Zij noteren de eerste dan de volgende (persoon die naar de Masdjid komt). Wanneer de Imam zit (wachtende totdat het gebedsoproep is geëindigd zodat hij de toespraak kan beginnen), sluiten zij de boeken en komen dan luisteren naar de Dhikr (de gedachtenis aan Allah (Geprezen en Verheven is Hij) die het vrijdagstoespraak bevat).”

De bovenstaande overleveringen zijn duidelijk in hun betekenis dat de engelen lichamelijke gedaantes bezitten en niet een toestand van de geest zijn, zoals de afgedwaalden beweren. De ware betekenis van deze teksten, die verklaren dat de engelen in een lichamelijke gedaante bestaan.