Belang van het geloven in Boodschappers van Allah

Print Friendly

1. Weten hoe Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) voor Zijn dienaren zorgt door Boodschappers naar ze te sturen die hen leiden naar Zijn Weg. De Boodschappers onderwezen hun volkeren hoe Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) te aanbidden, omdat het menselijke verstand niet kan weten hoe Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) aanbeden dient te worden zonder leiding van Hem.

2. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) dank betuigen voor dit prachtig geschenk.

3. Plichtsgetrouw houden van, respecteren en prijzen van de Boodschappers van Allah (Geprezen en Verheven is Hij). Zij zijn Allah’s Boodschappers, zij hebben Hem aanbeden, Zijn Boodschap medegedeeld en gaven de beste adviezen aan Zijn dienaren. Veel opstandige mensen verwierpen hun Boodschappers, en beweerden dat Allah’s Boodschappers geen mens konden zijn. Allemaal noemden zij deze bewering en weerlegden het:

وَمَا مَنَعَ النَّاسَ أَنْ يُؤْمِنُوا إِذْ جَاءَهُمُ الْهُدَى إِلا أَنْ قَالُوا أَبَعَثَ اللَّهُ بَشَرًا رَسُولا * قُلْ لَوْ كَانَ فِي الأرْضِ مَلائِكَةٌ يَمْشُونَ مُطْمَئِنِّينَ لَنَزَّلْنَا عَلَيْهِمْ مِنَ السَّمَاءِ مَلَكًا رَسُولا
“En niets weerhield de mens om te geloven toen de leiding tot hem kwam, behalve dat zei zeiden: Heeft Allah een menselijke boodschapper gezonden? Zeg: ‘Als er op de aarde Engelen waren die vredig en op hun gemak zouden wandelen, dan zouden Wij zeker een Engel uit de hemel als boodschapper neergezonden hebben.'” [Al-Israa:94-95] 
Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) heeft deze bewering weerlegd, zeggende dat de Boodschappers wel vanuit de mensen gezonden moesten worden, omdat zij naar de mensen van de aarde zijn gezonden, die ook mensen zijn. Indien de bewoners van de aarde engelen waren, dan zou Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) Boodschappers onder de engelen gezonden hebben. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) noemt wat de ongelovigen in de Boodschappers zeiden:
قَالُوا إِنْ أَنْتُمْ إِلا بَشَرٌ مِثْلُنَا تُرِيدُونَ أَنْ تَصُدُّونَا عَمَّا كَانَ يَعْبُدُ آبَاؤُنَا فَأْتُونَا بِسُلْطَانٍ مُبِينٍ * قَالَتْ لَهُمْ رُسُلُهُمْ إِنْ نَحْنُ إِلا بَشَرٌ مِثْلُكُمْ وَلَكِنَّ اللَّهَ يَمُنُّ عَلَى مَنْ يَشَاءُ مِنْ عِبَادِهِ وَمَا كَانَ لَنَا أَنْ نَأْتِيَكُمْ بِسُلْطَانٍ إِلا بِإِذْنِ اللَّهِ وَعَلَى اللَّهِ فَلْيَتَوَكَّلِ الْمُؤْمِنُونَ 
“Zij zeiden: “Jullie zijn slechts mensen als wij. Jullie willen ons afhouden van wat onze voorouders aanbaden. Geef ons daarom een duidelijk bewijs!” Hun Boodschappers zeiden tot hen: “Wij zijn slechts mensen als jullie, maar Allah geeft Zijn gunsten aan wie Hij wil van Zijn dienaren. En het is niet aan ons om jullie een bewijs te brengen, tenzij met verlof van Allah. En laten de gelovigen daarom hun vertrouwen stellen op Allah.” [Ibrahiem:10-11]