Vijfde zuil van Imaan: Het geloven in de Laatste Dag Deel 2 Geloof in het leven na de Dood

Print Friendly

Geloven in de Laatste Dag vereist van de moslims om ook in het leven na de dood te geloven en in het volgende:

1. De ondervraging in het graf. De doden zullen ondervraagd worden in hun graven, over de Heer, de religie en de Profeet die zij tijdens hun leven hebben gevolgd. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zal de gelovige leiden om hetgeen te zeggen wat noodzakelijk is: “Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) is mijn Heer, mijn religie is de Islam, en mijn Profeet is Mohammed (moge Allah tevreden met hem zijn).” Wat de onrechtvaardige betreft, Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zal hem leiden naar dwaling door te zeggen, als antwoord op bovenstaande vragen: “Wat! Wat! Ik weet het niet.” Ook de
hypocrieten en degenen die altijd twijfels hadden over Allah (Geprezen en Verheven zij Hij), de religie en de Profeet, zullen zeggen: “Ik weet het niet.” Ik hoorde de mensen iets zeggen en ik volgde hen hierin.”

2. De kwelling of vreugde in het graf. De onrechtvaardigen, de ongelovigen en de hypocrieten zullen gekweld worden in hun graven. Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zegt:

وَلَوْ تَرَى إِذِ الظَّالِمُونَ فِي غَمَرَاتِ الْمَوْتِ وَالْمَلائِكَةُ بَاسِطُو أَيْدِيهِمْ أَخْرِجُوا أَنْفُسَكُمُ الْيَوْمَ تُجْزَوْنَ عَذَابَ الْهُونِ بِمَا كُنْتُمْ تَقُولُونَ عَلَى اللَّهِ غَيْرَ الْحَقِّ وَكُنْتُمْ عَنْ آيَاتِهِ تَسْتَكْبِرُونَ
“En als jij zou kunnen zien hoe (het gaat met) de onrechtvaardigen in doodsstrijd en hoe de Engelen hun handen naar hen uitstrekken (terwijl zij zeggen): ‘Geeft jullie zielen op! Vandaag worden jullie beloont met de bestraffing van de schande vanwege wat jullie aan onwaarheid over Allah plachten te zeggen en vanwege wat jullie van Zijn Verzen hoogmoedig plachten te verwerpen.'” [Al-Anaam:93]
En over het volk van Farao:
النَّارُ يُعْرَضُونَ عَلَيْهَا غُدُوًّا وَعَشِيًّا وَيَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ أَدْخِلُوا آلَ فِرْعَوْنَ أَشَدَّ الْعَذَابِ
“Aan het Vuur zullen zij morgen en avond worden blootgesteld. En de Dag waarop het Uur zal komen, zal er worden gezegd: ‘Doet Pharao’s volk de strengste straf ondergaan.'” [Al-Momin:46]
Zaid ibn Thaabit (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) tegen zijn metgezellen heeft gezegd: “Ik zou Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) gevraagd kunnen hebben om jullie te laten horen wat ik hoor van de bestraffing in het graf, maar uit vrees dat jullie elkaar hierna nooit meer zullen begraven (heb ik dit niet gedaan).” Daarna keerde de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zich naar hen toe, en zei: “Zoek toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen de ellende van het Hellevuur.” Zij zeiden: “Wij zoeken onze toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen de ellende van het Hellevuur.” Hij (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: “Zoek toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen de kwelling van het graf.” Zij zeiden: “wij zoeken onze toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen de kwelling van het graf.” Hij (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: “Zoek toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen alle kwellingen, zichtbaar of verborgen.” Zij zeiden: “Wij zoeken onze toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen alle kwellingen, zichtbaar of verborgen.” Hij (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) zei: “Zoek toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen de kwelling van Al-A’war Ad- Dadjjaal (de valse Messias).” Zij zeiden: ” Wij zoeken onze toevlucht bij Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) tegen de kwelling van Al-A’war Ad- Dadjjaal.” [Muslim]
Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) zegt:
إِنَّ الَّذِينَ قَالُوا رَبُّنَا اللَّهُ ثُمَّ اسْتَقَامُوا تَتَنَزَّلُ عَلَيْهِمُ الْمَلائِكَةُ أَلا تَخَافُوا وَلا تَحْزَنُوا وَأَبْشِرُوا بِالْجَنَّةِ الَّتِي كُنْتُمْ تُوعَدُونَ
“Voorzeker zij, die zeggen: “Onze Heer is Allah,” en daarin standvastig blijven, op hen zullen de engelen nederdalen: “Vreest niet, noch treurt; maar verheugt u over het paradijs dat u wordt beloofd.” [Fussilat:30] 
 فَلَوْلا إِذَا بَلَغَتِ الْحُلْقُومَ * وَأَنْتُمْ حِينَئِذٍ تَنْظُرُونَ * وَنَحْنُ أَقْرَبُ إِلَيْهِ مِنْكُمْ وَلَكِنْ لا تُبْصِرُونَ * فَلَوْلا إِنْ كُنْتُمْ غَيْرَ مَدِينِينَ * تَرْجِعُونَهَا إِنْ كُنْتُمْ صَادِقِينَ * فَأَمَّا إِنْ كَانَ مِنَ الْمُقَرَّبِينَ * فَرَوْحٌ وَرَيْحَانٌ وَجَنَّةُ نَعِيمٍ
“Waarom dan, wanneer de ziel van (de stervende) zijn keel bereikt. En u ziet toe – op dat ogenblik. Zijn Wij dichter bij hem dan u, maar u ziet dit niet, Waarom dan, als u niet onderdanig bent, Brengt u haar niet terug indien u waarachtig bent? Als hij nu behoort tot degenen, die dicht bij God zijn, Dan is voor hem geluk en geur en een tuin van verrukking” [Al-Waaqiah:83-89]
Al-Baraa-e ibn Aazib (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (Allah’s gebeden en vrede zij met hem) over de gelovige heeft gezegd: “Nadat hij ondervraagd is door de engelen (over de Heer, de religie en de Boodschapper die hij volgde) en nadat hij geantwoord heeft (zeggende dat zijn Heer Allah (Geprezen en Verheven zij Hij) is, zijn religie de Islam en zijn Boodschapper Mohammed(Allah’s gebeden en vrede zij met hem)), Een roeper vanuit de hemel zal dan zeggen: “Mijn dienaar heeft de waarheid gesproken. Daarom voorzie hem (zijn graf) van het Paradijs, kleed hem van het Paradijs en open voor hem een deur naar het Paradijs.” Vervolgens zei hij (vrede zij met hem): “Hij zal er rust en parfum van ontvangen. Zijn graf zal voor hem vergroot worden zover zijn blik reikt.” [Ahmed en Aboe Dawood]