Het Lot en de vrije wil van de mens

Print Friendly

Het Lot en de vrije wil van de mens volgens ahlul-Sunnah.

Het Lot

Het Lot: dat Allah heeft afgemeten en opgelegd aan alle schepselen volgens Zijn voorkennis en als geschikt wordt geacht voor Zijn wijsheid.

Het geloven in het Lot heeft vier niveaus:

  1. Het eerste niveau is Kennis: Wij geloven dat Allah, de Verhevene, alles weet. Hij weet wat er gebeurde en wat er zal gaan gebeuren en hoe het zal gebeuren. Zijn kennis is eeuwig, Hij verwerft geen nieuwe kennis, noch vergeet Hij wat Hij weet.
  2. Het tweede niveau is Optekening: Wij geloven dat Allah alles heeft vastgesteld in de Geborgen gedenktafel (al-Lawh al-Mahfudh) ;al wat gaande is tot aan de Dag des Gerechts. “Weet jij niet, dat Allah weet wat er in de hemelen en op de aarde is? Voorwaar, dat is in een Boek. Dat is voor Allah gemakkelijk.” [22:70]
  3. Het derde niveau is de Wilskracht: Wij geloven dat Allah alles in de hemel en op aarde zo wenst. Er gebeurt niets buiten Zijn wil; wat Hij wil, zal plaatsvinden, en wat Hij niet wenst, zal niet plaatsvinden.
  4. Het vierde niveau is Creatie. Wij geloven dat “Allah de Schepper is van alle dingen. Hij is over alle dingen Toezichthouder. Aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde. [39:62-63]

Het vierde niveau omvat ook alles wat Allah zelf doet en alles wat Zijn schepselen doen.
Dus alles wat de mens verricht aan uitspraken, daden of nalatigheid is bekend bij Allah, en Hij heeft ze genoteerd, zo gewenst en zo geschapen.
“Voor wie van jullie het rechte pad wil volgen. En jullie kunnen niets willen, behalve wanneer Allah, de Heer der Werelden, het wil.” [81:28-29]
“Als Allah het gewild had, hadden zij niet met elkaar gevochten, maar Allah doet wat Hij wil.” [2:253]
“En als Allah het gewild had, dan hadden zij het niet gedaan. Laat hen en wat zij verzinnen dus!” [6:137]
“Terwijl Allah jullie heeft geschapen en wat jullie maken.” [37:96]

De vrije wil van de mens

Wij geloven, hoe dan ook, dat Allah de mens kracht en een vrije wil heeft gegeven waarmee hij zijn handelingen verricht. Dat de menselijke daden voortkomen uit zijn kracht en vrije wil kan
bewezen worden in de hierna volgende punten:

  • Ten eerste: Allah’s zegswijze: “… komt dan tot jullie akkers (vrouwen) zoals jullie wensen.” (2:223) “En als zij (met jou ten strijde) zouden willen uittrekken, dan zouden zij daartoe zeker voorbereidingen hebben getroffen.” (9:46) In deze verzen bevestigd Allah voor de mens een “voortgaan” door zijn wil en “een voorbereiding” door zijn verlangen.
  • Ten tweede: Het aansturen van de mens iets te doen of niet te doen. Als iemand geen vrije wil en kracht zou hebben, dan zou dat betekenen dat Allah in Zijn richtlijnen de mens vraagt te doen wat hij niet kan. Dit stelling word verworpen door de Wijsheid van Allah en door Zijn Genade en Zijn Nauwgezette verklaring in dit vers: “Allah belast niemand dan volgens zijn vermogen.” [2:286]
  • Ten derde: Het prijzen van de deugdzamen voor hun daden en het beschuldigen van de boosdoeners voor hun daden en elk van hen belonen met wat hij verdient. Als de handeling niet gedaan is uit vrije wil van het individu, dan is het prijzen van de deugdzamen een grap en het straffen van de boosdoeners een onrecht, en Allah is uiteraard vrij van grappen en onrecht.
  • Ten vierde: Allah heeft Boodschappers gezonden welke de “Brengers van verheugende tijden en als waarschuwers opdat de mens geen excuus tegenover Allah zou hebben na de Boodschappers.” (4:165) Als de handeling niet uit vrije wil word verricht, wordt zijn argument niet ontkracht door het zenden van Boodschappers.
  • Ten vijfde: Elk persoon voelt dat wat hij doet of niet doet, zonder enige vorm van dwang is. Hij staat op en zit; komt en gaat; reist en blijft, door zijn eigen vrije wil en zonder het gevoel dat iemand hem dwingt tot het verrichten van deze handelingen. In feite kan hij duidelijk onderscheid maken tussen iets doen vanuit zichzelf of dat iemand anders hem dwingt die handeling te doen. De Islamistische wetgeving heeft ook een verstandig onderscheid gemaakt in deze stand van zaken . Zij straft geen boosdoener voor een handeling die onder dwang tot stand is gekomen.

Geen excuus in het Noodlot voor zondaren.

Wij geloven dat de zondaar geen excuus heeft in Allah’s Goddelijke Besluit, omdat hij zijn zonden pleegt uit vrije wil, zonder de kennis dat Allah het zo voor hem heeft bepaald. Dit is omdat niemand Allah’s Lot weet voordat het plaatsvindt.
“Geen ziel weet wat morgen zal plaatsvinden.” [31:34]
Hoe kan het dan mogelijk zijn, om een excuus te presenteren, wat niet bekend is bij de persoon die het misbruikt wanneer hij zijn overtreding begaat? Allah ontkracht dit type van argument door Zijn zegswijze:
“Degene, die deelgenoten (aan Allah) toekennen, zullen zeggen: Als Allah het had gewild, dan hadden wij geen deelgenoten (aan Allah) toegekend en evenmin onze vaderen, en hadden wij niet (dat wat toegestaan was) verboden worden verklaard. Zo loochenden zij ook degenen voor hen (de Boodschappers), totdat zij Ons geweld proefden. Zeg:’ Hebben jullie kennis?’ Brengt het dan naar buiten voor Ons. Jullie volgen slechts vermoedens en jullie liegen slechts.” [6:148]

Wij zeggentegen een zondaar die het Goddelijke Lot als excuus gebruikt:”Waarom verricht jij geen daden van gehoorzaamheid, er vanuit gaande dat Allah dit bepaald heeft voor jou, aangezien er geen verschil is tussen hen en zonden in onwetendheid, eer zij bij jouw gebeuren.
Dat is waarom de metgezellen (toen Profeet Muhammad hen vertelde dat ieders positie in het Paradijs of Hel al vastgesteld is) vroegen: “Zouden we dan hierop moeten vertrouwen en stoppen met werken?” Hij zei: “Nee, werk en iedervan jullie zal worden geïnstrueerd met datgene waarvoor hij geschapen werd.” [Bukhaari en Muslim]

Wij kunnen tegen de zondaar zeggen, die een excuus probeert te vinden in het Goddelijke Lot: “Veronderstel, je wilt naar Mekka reizen. Daar zijn twee wegen voor: 
1) Je bent geïnformeerd door een nauwgezet persoon die je vertelde dat een van deze wegen gevaarlijk en moeilijk is.
2) De andere weg is gemakkelijk en veilig. Je zult de tweede nemen. Je zult niet de eerste weg nemen en zeggen dat het zo bepaald is voor je. Als je dat zou doen, zouden de mensen je voor gek verklaren.
 Wij kunnen ook tegen hem zeggen: “Als men je twee banen aanbiedt en één van deze banen
heeft een hoger salaris, neem je natuurlijk de baan met het hogere salaris. Hoe komt het dan dat je kiest wat lager is in het Hiernamaals en het Goddelijk Besluit als excuus gebruikt?”

Ook kunnen wij zeggen: “Wij zien jou wanneer je een ziekte moet ondergaan, dat je bij elke geneesheer aanklopt, zoekend naar genezing en je draagt de pijn wat het resultaat is van chirurgische ingrepen en de bitterheid van de medicijnen. Waarom doe je niet
hetzelfde wanneer je hart spiritueel ziek is van zonden?”

Schrijf het kwaad niet toe aan Allah

Wij geloven dat het kwaad niet toegeschreven zou moeten worden aan Allah vanwege zijn perfecte Genade en Wijsheid. De Profeet zei: “En het kwaad is geen Eigenschap van U.” [Muslim]

Dus Allah’s besluit op zichzelf heeft geen enkel kwaad, omdat het vanuit Genade en Wijsheid komt. Het kwaad kan echter het gevolg zijn van een deel van Zijn besluiten. Elke man als zodanig ontstaat uit sommige van Zijn besluiten, omdat de Profeet in de
bede voor Qunut, welke hij leerde aan al-Hassen zei: “En bescherm ons tegen het kwaad van wat U verordend.” [Tirmidhi en Anderen]

Hier schrijft de Profeet het kwaad toe aan wat Hij verordend. Ondanks dit, is het kwaad in Zijn besluit niet zuiver kwaad. Het is eerder kwaad in een opzicht of goed in een ander, óf het is kwaad in het ene geval en goed in een ander geval.

Allah, de Verhevene zei “Het verderf is op het land en in de zee zichtbaar door wat de mensen hebben verricht, zodat Hij hun een gedeelte van wat zij hebben verricht doet proeven. Hopelijk zullen zij berouw tonen. [30:41]

Aqeeda Ahl al-Sunnah w al-Jama3a